Onlangs moest ik een verhaal houden voor een klein, maar select, gezelschap en ik realiseerde me dat het woord verhaal weliswaar een alledaags begrip is, in het Nederlands, maar desondanks, of juist daardoor, een veelvoud aan betekenissen heeft. De simpele omschrijving die je kunt vinden in Van Dale—ik geef toe, mijn woordenboek dateert van geruime tijd geleden—doet daar geen recht aan: ‘mondelinge voordracht van gebeurtenissen’ of ‘mondeling bericht omtrent zaken die zijn voorgevallen’. Alleen al die nadruk op het mondelinge karakter is curieus. In de literatuur, de wereld van het geschreven woord, is het verhaal, of het korte verhaal, of het zeer korte verhaal, een geaccepteerd en veelbeoefend genre. En wat bedoelt de opsteller van het woordenboek precies met ‘gebeurtenissen’ of ‘zaken die zijn voorgevallen’? Mijn Oxford Dictionary—net zo verouderd als mijn Van Dale, trouwens—is een stuk uitvoeriger: onder story vind je aanduidingen die beter passen bij het dagelijkse spraakgebruik. ‘Een verslag over werkelijk bestaande of gefantaseerde mensen en gebeurtenissen dat de bedoeling heeft te vermaken’; ‘een nieuwsbericht in krant of tijdschrift’; ‘een relaas over het verleden van iemands leven of de ontwikkeling van een verschijnsel’; ‘de feiten over een bepaalde toestand’; ‘een bepaalde voorstelling van zaken’. Indedaad, verhalen gaan niet alleen over gebeurtenissden in het verleden, maar net zo goed over toestanden nu, situaties die nog moeten komen, ontwikkelingen, karakters.

In NRC Handelsblad van afgelopen weekend (12 en 13 januari 2019) ben ik, na betrekkelijk oppervlakkige lezing, een stuk of tien keer het woord verhaal tegengekomen in een handvol artikelen. In een boekrecensie bij voorbeeld waarin de schrijver erover klaagt dat de ‘verhalen’ in het besproken boek teveel aan de oppervlakte blijven. Wat hij in feite bedoelt zijn ‘anekdotes’, tenminste in de zin van ‘amusant kort verhaal of grap’, een ‘schilderachtige of vermakelijke trek’ uit iemands leven. Iets dergelijks tref je in de recensie van een restaurant in Nijmegen. ‘We hadden haar naam al een paar keer voorbij zien komen in blogs en horecatijdschriften’, schrijft de criticus. ‘Een ex-juf, ex-danseres, die, geïnspireerd door haar schoonfamilie, als autodidact een Frans-Arabisch restaurant begon—dat is nu al een goed verhaal’. Je kunt er dus mee op voor de dag komen op bruiloften en partijen. In een ingezonden brief gaat het over ‘het verhaal van Ben’, iemand die eerder in de krant heeft gefigureerd als ‘nieuwe dakloze’, iemand zonder verslaving of psychiatrische problematiek: blijkbaar staat ‘verhaal’ in dit verband voor het verslag van Ben’s leven zoals een journalist dat eerder heeft opgetekend. Iets anders dan een anekdote. In een stuk over de Holocaust gebruikt de auteur ‘het verhaal van de mensen die omkwamen in de kampen’. Je kunt dit duidelijk niet letterlijk nemen, de auteur spreekt in feite over de geschiedenis van de vernietigingskampen en hun slachtoffers.

 


Raadselachtig

Een Syrische vluchteling schrijft een ‘verhaal’ in de krant, bedoeld als antwoord op vragen die hij dikwijls krijgt: was het de moeite waard om uit Syrië te vluchten? heeft je nieuwe leven gebracht wat je ervan verwachtte? Hij beschrijft zijn vlucht en merkt op dat een stad als Belgrado, waar hij doorheen moest, een ‘onverschillige stad’ is, zonder belangstelling voor zijn verhaal of dat van vele anderen. Moeilijk te bepalen wat ‘verhaal’ in deze context precies betekent: welk verhaal? wie zijn die vele ‘anderen’? Duister is ook wat de chef Opinie voor ogen heeft als ze zich bij een bijdrage van Haroon Sheikh afvraagt of ‘een verhaal’ er beter van wordt als de auteur het toetst aan een aantal scherpe geesten voordat hij het gaat schrijven. Wat voor verhaal? iedere auteur? scherpe geesten? Tenslotte citeer ik uit een paginagrote advertentie van een vriend van Mark Rutte die het opneemt voor Lelystad Airport. Hij beklaagt zich over de misleidende propaganda van tegenstanders die ertoe leidt dat er steeds maar weer nieuwe hindernissen worden opgeworpen tegen de ingebruikname van dat vliegveld. Zijn hartenkreet aan ‘Beste Mark’ luidt: ‘We mogen onze democratie niet laten kapen door verhalenvertellers’. Over wat verhalenvertellers in dit betoog zijn, hoeft niemand te twijfelen: politieke tegenstanders en dus: leugenaars, bedriegers.

 


Toelichting

Het begrip ‘verhaal’ kan van alles betekenen. Vaak wordt dat uit de context wel ongeveer duidelijk, maar soms ook niet en ik vermoed dat de betekenis doorgaans beter tot uitdrukking komt in het gesproken woord dan op schrift. Je ziet er dan ook lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen bij. Ik doe een betrekkelijk willekeurige greep uit de waaier van betekenissen of functies die een verhaal kan hebben. Bij voorbeeld: het oproepen van emoties. Dat zie je bij zogenaamde griezelverhalen maar ook bij verhalen vol leed en zieligheid of verhalen over romantische ontmoetingen. Soms zijn verhalen exclusief bedoeld als ‘humoristisch’, zuiver vermaak dus. Sommige schrijvers hebben er hun naam mee gevestigd, hun ‘master status’. In Nederland denk je misschien aan Simon Carmiggelt met zijn wat weemoedige kroegverhalen, zogenaamde ‘Kronkels’, die overigens fijngevoeliger waren dan de wat geforceerd geestige producten van zijn Rooms-katholieke collega Godfried Bomans. Verhalen kunnen ook dienen als rechtvaardiging, verklaring, uitleg. Wie rechtbankverslagen leest, krijgt een breed scala te zien, opgetekend uit de mond van de verdachte zelf of van zijn advocaat. In dit kader tref je veel ‘verhalenvertellers’, zoals de vriend van Mark Rutte het noemt.

In verhalen kunnen mensen ook allerlei associaties kwijt, of herinneringen. De zojuist opgerichte ‘verhalentafel’ in het Haagse Laakkwartier heeft de opzet om oudere inwoners van die buurt te laten vertellen over wat zich daar afspeelde toen zij er opgroeiden. ‘Daar zat de ladderwinkel. Voor 10 cent liet je een ladder ophalen… een gaatje stoppen kostte 15 cent. Voor 5 cent kocht je een emmer heet water voor de was. Niemand had gas’, luiden de herinneringen die in de krant werden opgetekend (NRC Handelsblad 4 januari 2019). Het is een populair uitvloeisel van de zogenaamde Oral History-beweging die opkwam in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, waarbij het ging om de geschiedenis van het ‘gewone volk’; een reactie tegen de heldengeschiedschrijving die bevolkt werd door koningen, pausen, tsaren en generaals en die overliepen van nationalistische sentimenten. Verhalen zijn soms ook objectief bedoelde, feitelijke verslagen van gebeurtenissen, vaak ondersteund met waarnemingen van ooggetuigen. De journalistiek is het domein van zulke verslagen, met de ‘onderzoeksjournalistiek’ als een verdieping daarvan. In Nederland van betrekkelijk recente datum, in sommige buitenlanden met een respectabele geschiedenis: de social explorers van het 19e eeuwse Engeland, de muckrakers uit de Verenigde Staten van omstreeks 1900—The Shame of Cities van Lincoln Steffens als een van de onbetwiste hoogtepunten.

 


Geschiedenis

Mensen voelen zich af en toe geroepen om een verhaal te vertellen als een vorm van zingeving. Het gaat niet zozeer om wat er precies is gebeurd, maar eerder om waarom iemand iets heeft gedaan of nagelaten: wat is de betekenis van gebeurtenissen of toestanden. Mensen die in hun leven een lelijke scheve schaats hebben gereden, maar daardoor dichter bij zichzelf zijn gekomen; het is een omvangrijk genre. Dichtbij liggen de verhalen die van belang kunnen zijn voor de wetenschap, afhankelijk van doel en strekking. In de gedragwetenschappen en sociale wetenschappen draait veel, zoniet alles, om wat mensen over hun leven te vertellen hebben. De betekenis van verhalen, en daarmee ook de functie, kan trouwens voor iedereen weer wat anders betekenen. Het doel van de verteller hoeft niet per definitie overeen te komen met de manier waarop zijn toehoorders het verhaal hebben begrepen. Het begrip verhaal is op zichzelf al onduidelijk, laat staan de interpretatie. Verhalen zijn onuitputtelijke bronnen van misverstanden, vertekeningen, dubbelzinnigheden. Daarbij telt ook de vorm mee. Is een verhaal ‘spontaan’ of ‘gestileerd’? is het uit de eerste hand of heb je het ‘van horen zeggen’? broodje aap? onder welke omstandigheden wordt een verhaal verteld? onder vier ogen of met getuigen. wat is de context?

Verhalen vertellen van alles en roepen vragen op. Net als het leven zelf.

(NB bovenstaand stuk schreef ik in januari, maar vergat ik te publiceren. Het is niet dwingend aan tijd gebonden, zodat ik het alsnog opneem).