Als de zon opkomt over de Ganges—bij Varanasi—heb je een betoverend schouwspel. Gratis en voor niks. De ghats, de met trappen verstevigde oevers van de 2500 kilometer lange rivier, die door het hart van India stroomt en voor hindoes een heilige status heeft, zijn al druk bevolkt. Mensen komen er om hun puja te doen, te bidden, te praten of te mediteren. Geiten, apen, koeien, honden en katten worden wakker. Kleine meisjes beginnen poep te verzamelen om er de koeken van te boetseren die na droging als brandstof worden gebruikt. Ambachtslieden gaan aan het werk, bij kleine stalletjes wordt thee geserveerd in kopjes van ruwe klei die je na gebruik kapot kunt gooien. De dhobis staan bij hun stenen wastafels in het water en rammen het vuil uit broeken, lakens en doeken, hun vrouwen en kinderen leggen de was te drogen in de warme ochtendzon. Schippers varen langs de oevers om pelgrims naar hun bestemming te brengen of om het hout aan te voeren dat gebruikt wordt voor de lijkverbranding. Een hindoe die sterft, hoopt dat zijn as in de Ganges wordt verstrooid, dat brengt hem dichter bij het nirwana. Het volle leven speelt zich hier af.

Premier van India, Narendra Modi, heeft een plechtige verklaring afgelegd ter gelegenheid van de klimaatbijeenkomst in Parijs, afgelopen week. De tekst werd op 30 november 2015 afgedrukt in Financial Times. Prachtige redevoering over collectieve betrokkenheid op wereldschaal om de balans tussen ecologie en economie te herstellen. Het democratische India, zegt de premier, zal daar van harte aan meewerken. Hij zal samen met president François Hollande een plan lanceren over het gebruik van zonenergie, ook om afgelegen streken en dorpen van goedkope stroom te voorzien. India beschouwt de mensheid als onderdeel, niet als heerser, van de natuur en dus is het land bij uitstek geschikt om de wereld schoner te maken. We will clean our rivers and create smart cities, roept Modi uit en, uiteraard, doet hij een beroep op het gedachtegoed van Mahatma Gandhi.

De inkt was nog niet droog of in dezelfde krant werd door Victor Mallet gewezen op de treurige staat van de Ganges, een open riool die ziekten en chemische rotzooi over heel noord-India verspreidt. Deskundigen klagen erover dat sinds Narendra Modi aan de macht is met zijn hindoefundamentalistische BJP, de toestand van de rivier alleen maar beroerder is geworden. Reden? Modi bekommert zich om de religieuze, sociale en economische betekenis van de Ganges, de ecologische waarde interesseert hem geen zier. Zijn ‘waterminister’ Uma Bharti houdt zich bezig met speurtochten naar de mythische Saraswatirivier en speelt stommetje als het gaat om het schoonmaken van de Ganges.

Een paar jaar geleden liep ik van noord naar zuid langs de rivier, over de ghats van de oude stad Varanasi. Je wordt vrolijk van de intensieve manier waarop mensen de rivier gebruiken en het leven dat zich hier concentreert—een wereld apart. Maar je wordt ook droevig van de onvoorstelbare smerigheid die in de Ganges terechtkomt, en dat betreft alleen nog maar de viezigheid die je kunt zien…

De ghats zijn niet alleen van de mensen, ook van de dieren. Ze fungeren als stal en als bron van voedsel. Overigens wijst de geit erop dat de Ganges geen exclusief hindoeterritorium is: waar geiten, daar moslims. In Varanasi, net als elders, bestaat een angstige spanning tussen de religieuze groeperingen. Onder de moghuls zijn hier verschillende grote moskeeën verrezen, volgens hindoefanaten op de plek van vroegere hindoetempels. Soms loopt de spanning zodanig op dat bij de verschillende gebedshuizens in de binnenstad eenheden van het leger patrouilleren en bezoekers fouilleren. De gelovigen worden door hoge hekken van elkaar gescheiden.

Koeien zijn heilig en lopen vrij door de smalle straatjes van de stad, waar ze soms het verkeer totaal blokkeren. Maar sommige inwoners proberen een paar koeien te ‘houden’ door ze bijeen te drijven en te voeren. Dat levert melk op, die verkocht kan worden, maar vooral mest—op de achtergrond liggen poepkoeken te drogen. Brandstof voor fornuisjes en kacheltjes. Levenscyclus in actie.

De trappen naar de rivier zijn ideale plekken om poepkoeken te drogen. De koeken worden geboetseerd door vrouwen en kinderen; het spreekt vanzelf dat zij tot de onaanraakbaren horen, de dalits. Geen enkele ‘kastehindoe’ zal het in zijn hoofd halen om met poep of andere afvalprodukten in aanraking te komen. Langs de Ganges zag ik kleine meisjes in de weer met de poep—ze sprongen op iedere toerist af om geld te vragen, bijzonder effectief, want je moet er niet aan denken dat er poepafdrukken terechtkomen op je modieuze witte spijkerbroek of je flatteuze rokje.

De was wordt gedaan door de kaste van dhobi’s. Alles met de hand, de rivier is een gigantische wasmachine. Mannen doen het zware werk, vrouwen en kinderen leggen de was te drogen. Het water is soms zo smerig dat je je als leek afvraagt of die was wel schoon ooit kan worden. Maar mijn eigen wasgoed kreeg ik altijd piekfijn gestreken en opgevouwen terug, met strikjes er omheen. Een kniesoor die dan nog gaat controleren of het wel schoon geworden is.

Badhanddoeken, handdoeken, lakens… deze dhobi’s werken voor een hotel, of hotels meervoud. De hete zon maakt de was snel droog, maar in de (tropische) regentijd is het leven van een wasbaas geweldig zwaar. Wat doe je als het dagen achter elkaar blijft stortregenen?

Hier en daar een dringende oproep, in dit geval van een particuliere organisatie van ‘verontruste’ burgers. Geen wasmiddelen gebruiken! Tien meter verderop zijn de wasbazen aan het werk. Garland verwijst naar de bloemstukken met anjers en afrikaantjes die als eerbetoon aan de doden of als offers aan de goden in de rivier worden gegooid, vaak met brandende kaarsjes. De bloemenweelde drijft een tijdje met de stroom mee, tussen de kadavers en de lijken, het afval, de ontelbare plastic zakken. En… tussen de zoetwaterdolfijnen die er op de een of andere manier in slagen nog een kostje op te scharrelen.

Iets verheven boven het gewoel staat een Nepalese tempel, versierd met oogverblinderd houtsnijwerk, veelal erotisch van aard. Hier een ‘onmogelijk’ standje. Doordrijvers uit de hindoefundamentalistische hoek denken dat de Ganges er schoner van wordt als ze zulke ‘smerigheid’ zouden verwijderen.

Vanuit de stad stroomt afvalwater de rivier in, alles wat er ook maar van boven komt, ook het riool en het afval van werkplaatsen en fabrieken (Varanasi is een milljoenenstad).

Het afvalwater en de riolen stromen als watervallen de rivier in, alles in hun val meesleurend.

Alles eindigt tenslotte beneden, in de Ganges. Hoe wil je dit ooit in goede banen leiden? Premier Modi denkt met name aan religieuze bezweringsformules.

Dit is de kwaliteit van het (oppervlakte-)water van de Ganges bij Varanasi. Hierin baden miljoenen mensen omdat de rivier goddelijk is—een gelovige weet dat de goden je beschermen en dat daardoor niets je kan schaden. Gangeswater wordt duur verkocht aan pelgims en toeristen. Premier Narendra Modi speelt mooi weer in Parijs. Even maar, dan is het weer over.

Mahatma Gandhi heeft gezegd: We should act as ‘trustees’ and use natural resources wisely as it is our moral responsibility to ensure that we bequeath to future generations a healthy planet.

Narendra Modi belooft: India zal haar inspanning leveren om Parijs tot een succes te maken.

 

naschrift: In The New Yorker, 25 juli 2016, schrijft George Black een adembenemende reportage over de Ganges en de schoonmaakactie van Modi, de namami gange. Zijn minister van Water, Rivierenontwikkeling en Revitalisering van de Ganges, Uma Bharti—tegen wie nog steeds een stuk of tien criminele zaken lopen—onderscheidt zich schijnbaar vooral door het saboteren van de (Islamitische) leerlooierijen in de stad Kanpur; inderdaad één van de ernstigste vervuilers van het Gangeswater.

illustraties:
alle foto’s zijn genomen in Varanasi, langs de Ganges, door Lodewijk Brunt (copyright)