De vrouw ontmoet Antoine de Saint-Exupéry tijdens een receptie in New York, begin jaren 1940. Ze is woest aantrekkelijk, komt uit Europa. Ze valt als een blok voor de beroemde vliegenier, die na de inval van de Duitsers Frankrijk had verlaten. De vrouw probeert een gesprek met de vliegenier aan te knopen, maar haar Frans is hopeloos… Monsieur, monsieur. Ze probeert Engels. Ook geen resultaat. Tenslotte barst ze uit: Wollen Sie mein telephone number?! Na de receptie gaat ze naar huis en wacht af. Geen telefoon. Maar de volgende dag belt hij. Ze beginnen een affaire en de vrouw heeft haar hele leven genoten van de vurige liefdesbrieven die hij schreef tijdens hun verkering. Ook de onstuimige verhouding met Beryl Markham, ergens in Californië, heeft sterk aan de reputatie van Saint-Exupéry bijgedragen.

 


Antoine de Saint-Exupéry, liefdesbrieven

Deze verwijzingen ontleen ik aan een hoofdstuk uit de herinneringen van James Salter, Burning the Days. De titel van het hoofdstuk luidt Icarus, hoe kan het anders! Salter beschrijft zijn dagen als oorlogspiloot in Korea en zijn overstap naar het full-time schrijverschap. De Saint-Exupéry was voor hem een model: vlieger, journalist en auteur van een paar meesterwerken: Le petit prince en uiteraard Vol de nuit. Salter werd ‘verleid’, meldt hij. Hij begon met het lezen van het werk en viel voor de Saint-Exupéry’s kennis van zaken en zijn geestelijke evenwicht. De verhalen die hij hoorde over de liefdesaffaires transformeerden zijn model van alleen maar een culturele held tot een persoon van vlees en bloed, iemand om jaloers op te zijn. In such footsteps I would follow, schrijft Salter, een van mijn favoriete auteurs. Ook een hartenbreker, trouwens.

 


James Salter in zijn gevleugelde schoorsteen

Er is zojuist een nieuwe vertaling van Vol de nuit verschenen, Nachtvlucht, en ik sta er bij stil omdat ik een dag of wat geleden mijn bespreking van het boek heb opgestuurd naar het onvolprezen webtijdschrift Literair Nederland. Ik heb op zichzelf niets met vliegen of piloten, maar de Saint-Exupéry grijpt je bij de keel met zijn novelle—of is het een lang uitgevallen kort verhaal? Vliegenier Fabien is op weg van Patagonië naar Buenos Aires, een flink deel van zuidelijk Argentinië, met een postvliegtuigje. Een klein toestel uit de ‘primitieve’ jaren van de luchtvaart. Vol de nuit werd gepubliceerd in 1931. Tussen de regels door kun je lezen dat het toestel omstreeks 200 kilometer per uur vliegt, gewoonlijk op een hoogte van nog geen 2000 meter—tegenwoordig vlieg je met een lijntoestel op ruim tienduizend meter hoogte met een snelheid van tegen de duizend kilometer per uur. Fabien is aan de laatste etappes van zijn reis bezig, maar wordt overvallen door noodweer. De telegrafist heeft het contact met de grond verloren. Hoewel de piloot een sterke verleiding voelt om terug te keren, schat hij dat hij het laatste stuk van zijn reis nog wel kan overbruggen. Hij zou proberen er onderdoor te gaan en, als dat te riskant bleek, terugkeren. Hij moest onder de hoogte van 1700 meter zakken, terwijl het toestel heftig schudde en de motor trilde. Hij kon niet al te laag zakken, want op de kaart las hij dat de heuvels onder zich zeker vijfhonderd meter hoog waren. Hij mikte op zevenhonderd meter. Hij offerde zijn hoogte zoals een gokker zijn fortuin inzet… Hoe sterk was de verleiding om terug te keren en weer een hemel vol sterren binnen te vliegen! Maar hij week geen graad van zijn koers.

Helemaal gerust was hij er niet op, hij zag alleen de afwisseling van zwarte wolkenlagen en niet het flauwste streepje licht. Zijn telegrafist schoof hem een briefje toe: Waar zijn we? Fabien zou het graag weten, maar moest antwoorden: Geen idee. We vliegen op kompas door een onweer. Het noodlot kondigt zich aan. Van het dichtstbijzijnde vliegveld krijgt Fabien te horen dat ook daar een orkaan heerst en dat het stortregent. Dan komt het onherroepelijke hoogtepunt. Sein naar Buenos Aires, roept hij de telegrafist toe, aan alle kanten ingesloten. Stormgebied strekt zich uit over honderd kilometer. Zien niets meer. Wat moet ik nu doen?

Wat moet ik nu doen? De zin blijft als een gong in je hoofd klinken. Terwijl Fabien’s jonge echtgenote zich opvreet van de zenuwen bij de verkeersleiding in Buenos Aires, verdwijnt het vliegtuig van haar man in het niets. De postzending komt nooit aan en niemand weet wat er van Fabien en zijn bemanning geworden is. Vol de nuit is een aangrijpend boek, kort maar krachtig als een kaakslag. Zelfs in het Nederlands heeft de tekst oerkracht. In officiële kring werd het duister gevreesd als een nog niet in kaart gebrachte jungle… Buiten de cockpit kon hij hemel en aarde niet meer van elkaar onderscheiden, was hij verloren in een duisternis waarin alles zich oploste, een duisternis zoals bij het ontstaan van de wereld moet hebben geheerst… Hij verloor hoogte en zakte steeds dieper weg in die duisternis. Hij zag dat de hoogtemeter vijfhonderd aangaf, de hoogte van de heuvels.

Al lezend dacht ik aan de reportage die Tom Wolfe in 1979 maakte over de ruimtewedloop tussen de Sovjet Unie en de Verenigde Staten: The Right Stuff. De Russische Sputnik had de Amerikanen in paniek gebracht en in allerijl werden astronauten opgeleid die in raketten om de aarde zouden moeten gaan vliegen. Op de vliegbasis Edwards, bij de Mojave woestijn, waren testpiloten al veel langer bezig om met ‘gewone’ straaljagers (schoorstenen met vleugeltjes, aldus Wolfe) handmatig de ruimte binnen te komen en door de geluidsbarrière te stoten. De legendarische piloot Chuck Yeager, nog maar net in de twintig, was de aankomende astronauten lichtjaren vóór en onder testpiloten heerste dan ook een onmiskenbare minachting voor het ruimteprogramma. Je moest bang zijn voor paniek, was het motto van de vliegers. En zoals Wolfe het onnavolgbaar uitdrukt: In the skids, the tumbles, the spins, there was truly, as Saint-Exupéry had said, only one thing you could let yourself think about: What do I do next?

 


Chuck Yeager door de geluidsbarrière

Wat moet ik nu doen? Is er een sterkere aanwijzing te vinden voor de klassieke kracht van een literaire tekst? De beelden van de Saint-Exupéry zaten in de hersens van veel piloten gekerfd, misschien is dat nog steeds het geval. Wolfe beschrijft hoe op de vliegbasis Edwards soms banden werden afgespeeld van piloten die bezig waren neer te storten, into the final dive. Het citaat is te mooi om in een gesloten boek te laten staan. De Saint-Exupéry, die zelf in 1944 tijdens een verkenningsvlucht in de Middellandse Zee is omgekomen, had zich geen fraaier grafschrift kunnen wensen. … the man would be tumbling, going over end over end in a fifteen-ton length of pipe, with all aerodynamics long gone, and not one prayer left, and he knew it, and he would be screaming into the microphone, but not for Mother of for God or the nameless spirit of Ahor, but for the last hopeless crumb of information about the loop: “I’ve tried A! I’ve tried B! I’ve tried C! I’ve tried D! Tell me what else I can try!”. en dan hoorde je een klikje. En vervolgens, spookachtig: What do I do next?

 

illustraties
Chuck Yeager; bron: thedailybeast.com
James Salter; bron: theparisreview.org
Antoine de Saint-Exupéry; bron: thefamouspeople.com en thisdayinaviation