In Shaalbhanjikaa (शालभंजिका) draait alles om Padma, de oudste van drie zusters. Ze wonen te Udaipur in een compound, vlakbij het Bari-meer. In diezelfde compound woont ook Cetan, de latere filmregisseur, zijn ouders hebben een deel van het complex gehuurd. Hij is een paar jaar jonger dan Padma, hij hoort tot een andere (lagere) kaste, maar is tot over zijn oren verliefd. Hij is gefascineerd door haar vrijgevochten manier van leven. De familie bestaat uit kunstenaars, Padma’s vader is een beroemde zanger, zij en haar zuster Nilima zijn klassieke katha-danseressen.

Met dat dansen is iets vreemds aan de hand. De zusters verzorgen weliswaar voorstellingen in de plaatselijke Kunstkring, maar treden ook op bij privéfeestjes, ’s avonds laat. Cetan ziet ze soms tegen het ochtendgloren thuiskomen; het is duidelijk dat Padma veel drinkt. De organisator van de particuliere dansvoorstellingen is Gagan Kaur, directrice van de Kunstkring. De schrijfster van Shaalbhanjikaa schildert haar af als een beetje louche, hoewel dat eerder op suggestie dan op een heldere beschrijving is gebaseerd. Mijn medevertaler en ik hebben diverse malen gespeculeerd over wat zich op die feestjes zou afspelen: drankmisbruik, drugs, seks? Je krijgt er in de roman geen duidelijke aanwijzingen voor. Padma en Nilima beweren, desgevraagd door Cetan, dat er niets onoorbaars aan de hand is: het zijn keurige parties, waar ze dansen voor een eerbaar publiek, zoals bij voorbeeld vertegenwoordigers van de toeristenindustrie. Hmmm.

Dat het allemaal misschien niet zo netjes is, komt bij voorbeeld naar voren in een scene waarin Padma’s vader laat doorschemeren dat hij wel degelijk weet ‘wat ze daar in die Kunstkring allemaal uitspoken’. Hij maakt zijn dochter duidelijk dat hij een hekel heeft aan Gagan Kaur: ‘ik mag dat mens niet, ze is een loeder’. In het Hindi wordt hier het woord raand (रांड़) gebruikt. ‘Loeder’ leek ons een geschikte vertaling, maar in feite betekent raand ‘overspelige vrouw’ of ‘hoer’. In het Hindi bestaan meer aanduidingen voor ongeveer hetzelfde: chinaal (छिनाल), bij voorbeeld, of veshyaa (वेश्या), het is ons niet helemaal duidelijk waarom juist raand wordt gebruikt.

Het interessante aan het woord raand is overigens nog een derde betekenis, namelijk ‘weduwe’. Eerlijk gezegd was ik een beetje geschokt toen ik me dat realiseerde. Er bestaan voor weduwe ook neutrale woorden, zoals vidhvaa (विधवा), maar de identificatie van weduwen met hoeren of overspelige vrouwen verwijst direct naar de precaire positie van weduwen in India in het algemeen. De Britse koloniale overheid verbood in de 19e eeuw de zogenaamde ‘weduweverbranding’, het gebruik dat de weduwe zich samen met haar overleden echtgenoot laat verbranden – al dan niet tegen haar zin. Maar het komt nog steeds voor, zij het besmuikt, op het geïsoleerde platteland. De gedachte erachter is in brede kring onverminderd geldig: een weduwe is niets waard en ze vormt een gevaar voor de goede zeden. Niet zelden wordt ze door haar schoonfamilie de deur uitgeknikkerd en moet ze maar zien hoe ze zich verder redt. Ook de eigen familie trekt de handen van haar af. Prostitutie is hoogstwaarschijnlijk voor sommigen inderdaad een overlevingsstrategie, naast ander smerig, ongezond, ondergewaardeerd werk – of, uiteraard, bedelen. In Varanasi en Vrindavan zijn in de loop van vele jaren gevestigde weduwekolonies ontstaan; daar heerst een beetje onderlinge solidariteit en vindt over en weer wat steunbetuiging plaats.

Over hoeren en losbandige vrouwen bestaan veel spreekwoorden, geen van alle positief gestemd. ‘Het kind van een hoer is ieders lieveling’ (छिनाल का बेटा बबुआ रे बबुआ ): via het kind kom je tot de moeder; ‘een losbandige vrouw, een galante soldaat’ (छिनाल लुगाई चातर सिपाही): beiden kunnen hun ware aard nooit verloochenen. Maar specifieker zijn de spreekwoorden over weduwen/hoeren. Zoals ‘hoe kun je een weduwe uitschelden?’ (रांड़ के आगे गाली क्या): lager dan een weduwe bestaat niet, het woord weduwe zélf is al een scheldwoord. Je kunt een vrouw, zeker een getrouwde vrouw niet erger beledigen dan haar ‘weduwe’ te noemen. Weduwe wordt in spreekwoorden geassocieerd met onbetrouwbaarheid, geldzucht, opportunisme, wellust, begeerte, egoïsme, gebrek aan beheersing. Je zou je bijna kunnen afvragen wat erger is: op de brandstapel van je overleden echtgenoot springen of doorleven als een ellendige paria (अछूत).

Ik beken, het doet me pijn om raand met hoer of loeder te vertalen, maar ik geef meteen toe: een rationele houding is dat niet.

 

naschrift (15 december 2014):
Mijn geleerde vriend en medevertaler dr Dick Plukker heeft gezocht naar de oorsprong van het woord रांड़  (raand). In het Sanskriet woordenboek van Macdonnel vond hij रण्ड  (rand): verrader en de vrouwelijke vorm रण्डा  (randaa) in de betekenis die we eerder voor het Hindi-woord raand vonden. De combinatie met ‘verraad’ slaat vermoedelijk op de overtuiging dat de vrouw haar plicht om zoons te baren voor haar echtgenoot heeft verraden of verzaakt door zijn dood.
In de भगवता पुराना  (Bhagavataa Puraanaa) betekent रण्ड  ‘celibatair’: iemand die sterft zonder nageslacht en de vrouwelijke vorm रण्डा  ‘weduwe’: iemand die is beroofd van seksueel verkeer.
We kunnen concluderen dat de associatie ‘weduwe’ met ‘slet’ of ‘hoer’ niet van vandaag of gisteren dateert, maar al een lange geschiedenis heeft in India.

foto’s weduwen – bronnen respectievelijk vpro.nl en nl.dreamstime.com