Wals opus 440 van Johann Strauss II staat bekend als de Gross-Wien en is gecomponeerd ter ere van de grote gebiedsuitbreiding die de stad eind negentiende eeuw onderging. Het grondgebied werd van 55 vierkante kilometer uitgebreid tot bijna 180 vierkante kilometer, waarmee Wenen in één klap half zo groot werd als Londen, twee keer zo groot als Parijs, drie keer zo groot als Berlijn. 44 voorsteden en stadjes werden geannexeerd – zoals Hietzing, Hetzendorf, Dornbach, Döbling: het hele gebied van de huidige districten XI tot en met XIX – waardoor de bevolking groeide tot ruim 1.3 miljoen plus ongeveer vijfentwintigduizend militairen. Laten we uw lof zingen, Wenen van de toekomst, luidt de eerste regel van de bijgeleverde tekst door dichter Franz von Gernerth. Het werkstuk was bedoeld voor de beroemde Wiener Männergesang-Verein. Het was groot feest in de stad, de politie had maar één arrestatie hoeven te verrichten; een man, die tijdens de plechtigheden had uitgeroepen: ‘Hoera! Nu wordt alles in Wenen nog duurder!’.

Wenen groeide uit tot een van de belangrijkste Europese steden, omstreeks 1900 een brandpunt van wetenschap, muziek, kunst en cultuur. Overigens, op de voet gevolgd door ‘tweelingstad’ Budapest. Tussen 1890 en 1910 groeide de bevolking van Hongarije als geheel met bijna 20%, die van hoofdstad Budapest met 80% – op dat moment de snelst groeiende stad van Europa. Een groot deel van de negentiende eeuw werd Hongarije beschouwd als het ‘Verre Oosten’ en de stad als een negorij, maar de nieuwe tijd was aangebroken en Budapest had zich ontwikkeld tot een cosmopolitische trekpleister, waar ook Weners graag kwamen. De stad was betrekkelijk goedkoop, maar had alle moderne voorzieningen, terwijl je overal terecht kon met Duits, Frans, maar ook tal van Slavische talen. De ‘duo-steden’, zoals Wenen en Budapest vaak werden genoemd, waren zo’n beetje het persoonlijke eigendom van de Habsburg-familie, maar ondanks de verwoede pogingen van keizerkoning Franz Joseph om iedere verandering tegen te houden, voltrokken zich ingrijpende transformaties langs de Donau. In Wenen werden de stadsmuren afgebroken die bescherming moesten bieden tegen de Turkse ‘jihadi’s’ die de stad tot diep in de zeventiende eeuw bedreigden en zelfs omsingeld hebben gehouden. Ervoor in de plaats kwam de schitterende Ringstrasse, een wonder van stedenbouwkundig ingrijpen.

 

De bevolkingsgroei kwam niet alleen door de gemeentelijke herindelingen, maar vooral door massale immigratie van het omringende platteland en de omringende buitenlanden. Omstreeks 1890 bestond de bevolking voor meer dan de helft uit nieuwkomers, in Wenen was bijna 10% van de bevolking van Tsjechische origine en eveneens ongeveer 10% Joods. Het aandeel van Joden in de bevolking van Budapest was nog groter. De migranten kwamen af op werk en de sensatie van het grotestadsbestaan. Jonge vrouwen kwamen overwegend in de sfeer van huishoudelijke arbeid terecht, waaronder huispersoneel, maar ook werk in textielateliers: Näherinnen of Büglerinnen, daarnaast marktvrouwen, fabrieksarbeidsters, prostitutie. Door de snelle bevolkingstoename waren de woonomstandigheden en de gezondheidstoestand voor de allerarmsten bedroevend. Wenen ‘stonk’ naar ziekte, misdaad, armoede, zoals de uitdrukking luidt.

De vele talen die gesproken werden, de etnische heterogeniteit en de enorme sociale verschillen, waren voor de overheid aanleiding overzichten uit te geven van ‘etnografische identiteiten’: kaarten waarop menselijke figuren waren getekend in typerende klederdracht, met daarbij een opsomming van allerlei kenmerken – de grotestadsbewoner zou zich op deze manier wetenschappelijk verantwoord op zijn omgeving kunnen oriënteren. Een fascinerend idee, waar je vandaag de dag niet meer mee aan zou moeten komen, want onder het mom van wetenschap werd ruim baan gegeven aan grove vooroordelen en stereotypen. Dat kon in die tijd blijkbaar straffeloos. Ik heb ooit zo’n ‘kaart’ bestudeerd in het Weense Museum voor Volkenkunde. Je kon er afdrukken kopen van soortgelijke kaarten over Europese volken in het algemeen. Primitief, maar wel degelijk toegesneden op een cosmopolitische oriëntatie. Kurze Beschreibung der in Europa Befintlichen Völckern und Ihren Eigenschaften. Fransen zijn lichtzinnig, Duitsers openhartig, Polen boers; Spanjaarden houden van rum, Fransen van de oorlog, Engelsen van frisse lucht, Turken van zichzelf; Spanjaarden verdoen hun tijd met nietsdoen, Fransen met bedrog, Duitsers met drinken, Engelsen met werk, Turken met ruziemaken. Van tien verschillende etnische groepen worden zo’n twintig kenmerken opgesomd – ik kan me niet goed voorstellen dat de politie veel aan zulke lijsten heeft gehad bij het opsporen van vreemdelingen, maar de grofheid en onbepaaldheid lijkt als twee druppels water op wat je vandaag de dag om je heen hoort aan typeringen van ‘nieuwe’ Amsterdammers.

 

Na de Eerste Wereldoorlog zijn de arrogante Habsburgers van het toneel verdwenen in Midden-Europa, het enorme Oostenrijkse-Hongaarse rijk viel in stukken en brokken uiteen. Na de Tweede Wereldoorlog is een groot deel van het gebied achter het IJzeren Gordijn verdwenen om verder te verpieteren en te verloederen. Maar sinds de val van de Muur en de uitbreiding van de Europese gemeenschap in oostelijke richting zijn Wenen, in mindere mate ook Budapest, opnieuw in opkomst.

Naar verwachting zal in Wenen weer de ‘keizerlijke allure’ opleven. Over een jaar of tien zal de bevolking, die zo lang stagnerend is geweest, tot drie miljoen zijn opgelopen. Met horden komen Tsjechen, Slowaken, Hongaren en straks ook Bulgaren en Roemenen op de stad af, net als omstreeks 1900 zoekend naar werk en welvaart. Door hun strategische ligging en speciale geschiedenis zullen Wenen en Budapest een ideale verbinding vormen tussen het ‘Europese’ Oost-Europa en de rest van de wereld. Het duurt niet lang meer of de behoefte aan een bijgewerkte Kurze Beschreibung zal zich weer laten voelen. Misschien wat genuanceerder en praktischer, wellicht met wat simpele woordenlijstjes. Iets om met belangstelling naar uit te zien.