Ik vertelde een vriend over het verhaal dat Dick Plukker en ik net uit het Hindi hebben vertaald: De blauwe sjaal, titelverhaal uit de recente bundel korte verhalen van Anu Singh Choudhary. De huwelijksproblemen van een modern echtpaar uit de nieuwe stedelijke middenklasse. Shambhavi en Amitesh zijn een paar jaar getrouwd, maar drijven uit elkaar nadat zij zwanger raakt en door hem onder druk wordt gezet om abortus te plegen. Hij is nog niet aan kinderen toe, en zij al evenmin. Zegt hij. Discussie gesloten. Een paar jaar na de abortus wordt Shambhavi opnieuw zwanger, maar haar gezondheid loopt nu levensgevaar: de zwangerschap is buitenbaarmoederlijk. Weer een abortus. De ongevoelige reactie van Amitesh leidt tot verdere vervreemding en Shambhavi ontvlucht het huwelijk door naar een buitenlandse stageplaats te solliciteren. Het is de vraag of ze ooit zal terugkeren. Einde verhaal.

Oh, dus het gaat niet over arme boeren op het platteland, met ossenwagens enzo, reageerde mijn vriend. Nee, inderdaad, maar op de een of andere manier begreep ik zijn reactie wel een beetje. Ik heb zelf nog steeds de oordelen van schrijvers als Salman Rushdie en V.S Naipaul over inheemse Indiase literatuur in het hoofd: als die literatuur echt iets voorstelde zou de schrijver zich niet uitdrukken in een of andere Indiase taal, maar net als zij in het Engels schrijven. Ridicuul standpunt, maar hardnekkig. De Engelstalige Indiase literatuur zou kosmopolitisch en ‘volwassen’ zijn, wie in het Hindi, Urdu of Bengali schrijft, is min of meer achterlijk en produceert inferieure streekliteratuur. Ridicuul omdat het generaliserend is en Rushdie of Naipaul nooit een concreet voorbeeld hebben genoemd. Ik herinner me dat de felle discussies die over hun stellingname zijn gevoerd, ironisch genoeg plaatsvonden met andere Engelstalige Indiase schrijvers, zoals Shashi Deshpande (zie bij voorbeeld haar Writing from the Margin and Other Essays) en Anita Desai. Zouden de arrogante heren Rushdie en Naipaul werkelijk weten wat er in de ‘inheemse’ Indiase literatuur omgaat? Nee, natuurlijk, ze hebben geen flauw idee. Het grootste deel kunnen ze niet eens lezen omdat het in hun onbekende talen is geschreven, maar zelfs hun leesvaardigheid van het Hindi (de nationale taal) sla ik niet hoog aan.

 


Salman Rushdie kosmopoliet

Dick Plukker en ik hebben met onze bundel vertaalde, moderne Hindi-poëzie—Ik zag de stad—laten zien dat hedendaagse Hindi-dichters in ieder opzicht volkomen ‘bij de tijd’ zijn. We schreven in ons voorwoord: Slechts bij hoge uitzondering kennen we hun namen of hun werk. Er is vrijwel niets van ze vertaald–zeker niet in het Nederlands–en je zou daardoor gemakkelijk de indruk krijgen dat hun werk er niet toe doet. We hebben expres gekozen voor gedichten over de stad: is daarin een weemoedige, antistedelijke stemming te constateren? Een zucht naar vroeger, toen alles beter was? Wordt India voorgesteld als het land van keuterboeren of slaperige provinciestadjes? Nee, we hebben gedichten vertaald over miljoenensteden als Mumbai, Delhi of Kolkata, maar soms ook ‘kleinere’ steden. Van antistedelijk sentiment is weinig te merken, integendeel. Ook in de ‘provincie’ heerst de vooruitgang: supermarkten, zakenmannen met gouden halskettingen, sterke inflatie van de bruidschat bij huwelijken, ‘boetiekjes’, MTV en de altijd aanwezige herrie van Indiase popmuziek. De grootste bevolkingsgroei vindt plaats in zulke ‘stadjes’, Surat, Bangalore, Lucknow, Mussoori, Varanasi, Simla, Ludhiana—inmiddels allemaal fors uit de kluiten gewassen miljoenensteden.

Terug naar Choudhury. Ik heb al eerder op deze plaats geschreven over de centrale plaats die de elektronische wereld inneemt bij het echtpaar Amitesh en Shambhavi. Ze zijn in hun dagelijkse leven totaal afhankelijk van computers, laptops en mobiele telefoons en hun  taalgebruik is een daarvan een duidelijke afspiegeling. Het ‘computer-Engels’ heeft bezit genomen van hun conversaties en andere vormen van communicatie. Net als dat trouwens het geval is in Nederland of elders in Europa en de wereld. Download, attachment, data card, laptop, e-mail, chat, cell phone, delete, facebook, etcetera. Maar het Engels dringt ook in andere sferen door; in de huiselijke omgeving of het werk: bedroom, fridge, cold coffee, handbag, suitcase, culture, cushion, living room, hanger, blinds, order, office, timezone, tv, mall, jacket, phone, meeting. Stuk voor stuk begrippen die in het devanagri worden geschreven.

De dichtheid van het Hindi-Engels in De blauwe sjaal is het grootst als het gaat om de zwangerschap, de bezoeken aan de artsen, het ziekenhuis, de gynaecoloog, de abortus. De tweede (buitenbaarmoederlijke) zwangerschap van Shambhavi kondigt zich aan door een streepje op de pregnancy kit. Op een nacht treedt er een bloeding op, het is mis. Amitesh brengt haar naar het ziekenhuis en er worden onmiddellijk echo’s gemaakt, door de echoscopist. Op de monitor kun je de embryo zien. De specialist zegt: Het embryo heeft zich in de eileider genesteld. Shambhavi is zeven weken in verwachting. Zijn jullie niet bij de gynaecoloog geweest? Weten jullie dat er een breuk zit in de eileider? Ik kan niet zeggen wat er gebeurd zou zijn als jullie een paar uur later waren gekomen. How could you be so reckless? Operatiekamer, maandverband, bloedprik, testen, bloedvergiftiging, breuk, eileider: allemaal Engelse termen. Zo’n beetje het enige Hindi-begrip dat in deze passages voorkomt is garbh (गर्भ), dat diverse betekenissen kan hebben en daarom af en toe tot enige verwarring bij de vertalers heeft geleid: baarmoeder, buik, conceptie, zwangerschap, foetus, embryo.

 


Anu Singh Choudhary en het Westerse leven

Amitesh en Shambhavi wonen in de stad, we weten niet welke; ze hebben allebei werk, we weten niet wat ze precies doen. Zij werkt op kantoor, hij heeft een eigen onderneming. Ze hebben een eigen huis en zorgen samen voor de hypotheek. Nee, inderdaad, met arme boeren op het platteland bestaat geen verband en ossenwagens komen ook niet voor in het verhaal, wel dure auto’s en vliegvelden. Je zou misschien geneigd zijn te zeggen: een ‘gewoon’ Westers verhaal dat zich afspeelt in een yuppiemilieu. Maar dat is misleidend, want de schrijfster laat zien wat zich vandaag de dag in India afspeelt, onder haar eigen neus. Voor mensen die op zoek zijn naar Oosters exotisme is er weinig te genieten. Maar helemaal verdwenen is het misschien niet. Shambhavi’s moeder en schoonmoeder zijn dolblij als hun (schoon-)dochter voor de eerste keer zwanger is. Totdat ze horen dat Amitesh geen kinderen wil. We zijn nog geen drie maanden getrouwd. Ik ben er niet aan toe en ik wil er geen woord meer over horen, had hij tegen Shambhavi gezegd. En haar moeder sputtert: Als het niet gepland was, dan had je beter moeten oppassen. Je moet nog een heel leven met hem voort. Wat bereik je ermee een kind op de wereld te zetten dat hij niet wil? Ik kan je alleen maar troosten, meer niet.

Dat riekt naar India. Toch? Ach, misschien moet je daar een beetje voorzichtig mee zijn. In de politiek correcte literatuur van het Westen kan je met zulke situaties inderdaad niet meer aankomen, de schrijver zou aan het (feministische) kruis worden genageld. Maar wat betekent dat? Is zulk gedrag daarmee ondenkbaar geworden? Dat zit nog.

 

illustraties:
Anu Singh Choudhary; bron: blogs.dw.com en youtube.com
Salman Rushdie; bron: the-talks.com