Meneer de politicus, mijn statistieken zijn niet links, roept de Maastrichtse socioloog Mark Levels uit op de opiniepagina van NRC Handelsblad (19 augustus 2016). Hij maakt zich zorgen over politici (inclusief Mevrouw de politica, mogen we veronderstellen) die zich niets meer gelegen laten liggen aan de ‘feiten’. Als concreet voorbeeld noemt hij de Republikeinse presidentskandidaat in de Verenigde Staten, Donald Trump. Deze zou hebben verklaard dat Amerika steeds onveiliger is geworden. Objectief gezien onjuist, constateert Levels streng, criminaliteitscijfers vertonen ook in de Verenigde Staten al jaren een dalende trend. Ach, geen sterk argument, lijkt me. Criminaliteitsstatistieken zijn berucht onbetrouwbaar en zonder precieze kennis over het onderwerp waarop de cijfers betrekking hebben, waar en hoe ze zijn verzameld, kun je daar maar het beste voorzichtig mee zijn. Dat geldt voor Trump, dat geldt voor Levels. Maar Trump sprak over gevoelens van onveiligheid bij zijn achterban, en dat is nog iets anders dan toenemende of afnemende frequentie van misdadige activiteiten.

Het gaat Levels, als ik hem goed begrijp, om een algemener verschijnsel: het publieke debat staat grotendeels los van wat hij noemt de ‘objectieve werkelijkheid’. De wetenschap, die volgens hem weet hoe die werkelijkheid eruit ziet, is voor politici geen positief referentiekader meer (is dat ooit anders geweest?) en de geloofwaardigheid van wetenschapsbeoefenaren, deskundigen zegt de auteur, wordt ondermijnd. Letterlijk: Veel politici bouwen met drogredeneringen en selectieve bewijzen een eigen werkelijkheid. Wat selectieve bewijzen zijn, weet ik niet; met drogredeneringen zal Levels wel drogredenen bedoelen. De uitspraak roept verschrikkelijke beelden bij me op, maar gelukkig heeft Levels de oplossing voor de treurige situatie bij de hand. Wetenschapsmensen—Levels heeft een voorkeur voor het foeilelijke germanisme wetenschapper—zouden openlijk moeten toegeven dat ook zij maar gewone mensen zijn met meningen, vooroordelen en belangen. Doet dat ter zake? Nee dus. Een sterker argument lijkt me dat de wetenschap een verfijnd begrip zou hebben voor de werkelijkheid, in de weinig verfijnde woorden van Levels: de wijze waarop de wereld werkelijk werkt. Dit inzicht berust, volgens de auteur, op de replicatie van onderzoek, anders gezegd: de herhaling van onderzoeksresultaten.

Tja, dat klinkt gewichtig, maar alweer niet erg overtuigend. Het gaat tenslotte niet om proefjes in het natuurkundig of biologisch laboratorium, maar om de sociaalwetenschappelijke onderzoekspraktijk. Voor zover wetenschappelijk onderzoek ooit serieus gerepliceerd wordt, blijkt keer op keer dat juist de herhaalbaarheid een zwakke stee is. Onlangs kwam dat nog eens in de openbaarheid na een grootschalig replicatieproject in de (sociale) psychologie. Dat neemt overigens niet weg dat dit voor velen nog steeds het doorslaggevende criterium is voor wetenschappelijke kennis. Onlangs zag ik een aflevering van Kijken in de ziel op de Nederlandse tv, een programma waarin diverse geleerden aan het woord komen over hun vak in het bijzonder en de wetenschap in het algemeen. Hoewel je er niet al teveel conclusies aan kunt verbinden omdat de programmamakers schijnbaar willekeurig hebben gesneden in de vraaggesprekken—de formule, kennelijk bedacht door figuren zonder enige affiniteit met het wetenschappelijke bedrijf, kan niet anders dan tot vaagheden, mistbanken en spraakverwarringen leiden—is ook hier ‘herhaalbaarheid’ het sleutelwoord.

Een voorbeeld van de herhaalbaarheid, of juist het ontbreken daarvan, was een experiment waarbij het beschouwen van akelige beelden steevast gevolgd werd door de neiging van de proefpersonen om hun handen te wassen. Ik meen dat de psychiater uit het gezelschap ermee op de proppen kwam. Maar de herhaalbaarheid van de proef illustreert voor mij niet de kracht van de wetenschap, maar juist de zwakte. Ten eerste: wie zou in godsnaam inzicht willen hebben in zulke banaliteiten? Dat viel me destijds ook op bij de briljante sociaal psycholoog en bedrieger Stapel: auteur van onderzoek naar het verband tussen hufterigheid en het eten van vlees. Allemachtig! Zulk soort onderzoek is niet alleen triviaal en wordt uitsluitend verricht omdat je er statistische toetsjes op kunt toepassen, maar erger is dat zulk onderzoek ook nog eens hopeloos etnocentrisch is en totaal a-historisch. Hoever moet je gaan met de eis van herhaalbaarheid? Betreft het hier eeuwige, universele verbanden? Kun je ervan uitgaan dat ook in de Middeleeuwen mensen behoefte hadden aan schone handen als ze iets vervelends hadden meegemaakt of gezien? Liepen ze dan naar de sloot om hun handen te wassen? Hadden ze daartoe een stukje zeep klaarliggen? Het ‘wetenschappelijke wereldbeeld’ dat aan eisen als herhaalbaarheid ten grondslag ligt, is bij uitstek statisch, alsof de wereld nooit en te nimmer verandert en mensen onder alle omstandigheden gelijk blijven. De gewone ervaring leert anders, om een van mijn leermeesters na te praten…

Bovendien worden de ‘objecten’ van onderzoek tot variabelen gereduceerd, een gedraging of een bepaalde stemming. Dit soort onderzoek vindt plaats onder strikt gereguleerde condities, liefst in een psychologisch laboratorium waar alle invloeden van het ‘echte leven’ zorgvuldig zijn uitgeschakeld. Maar niemand lijkt zich ooit te bekommeren over de geldigheid van de onderzoeksresultaten buiten het laboratorium. Je komt op straat tal van onaangename situaties tegen, maar nergens is een kraan om je handen te wassen. En geen psychiater in de buurt om te noteren wat je dan wél doet en zich te buigen over de betekenis daarvan.

Levels is een typische exponent van deze richting, persoonlijke meningen van wetenschappelijke onderzoekers dienen te worden uitgeschakeld door cijfers. Wetenschappelijke methoden zijn cijfermatig. Er zijn nogal wat interessante vragen die we niet met wetenschappelijke methoden kunnen beantwoorden. Parmantig. Misschien het understatement van het jaar, maar ook een testimonium paupertatis. We weten niet hoe het voelt om vluchteling te zijn, werkloos of kansloze jongere, verzucht de auteur.

Ik voel een lichte verbijstering als ik zoiets lees: iemand die zich afficheert als socioloog, maar blijkbaar in de verste verte niet weet wat dit vak een onmetelijke rijkdom aan studies over kansloze jongeren, werklozen, vluchtelingen heeft opgeleverd. En over criminelen, kunstenaars, politici, sociologen, vuilophalers, artsen, gokkers, zakkenrollers, danseressen, hoeren, jazzmusici, jeugdbendes, hardlopers, dieven, marktkooplieden, daklozen, zwervers, serveersters, barkeepers, bankovervallers, illegalen, migranten en nog veel meer. Het vak loopt over van opwindende, uitmuntend geschreven studies, die soms zelfs honderd jaar na dato nog steeds inspirerend en voorbeeldig zijn. Een belangrijke reden voor het verlies aan gezag van de wetenschap is, dunkt me, dat dwaallichten als Mark Levels zich als spreekbuis manifesteren.

 

illustraties:
Het laboratorium; bron: nu.nl
Een proefpersoon; bron: 1080 plus
Een wetenschappper; bron: nieuwblad.be