Zaha Hadid is een global megastar, hoorde ik zeggen. Wat dat precies is, weet ik niet, maar het klinkt als het hoogste dat een mens kan bereiken in deze treurige tijden. Ze werd een tijdje geleden geportretteerd door BBC-coryfee Alan Yentrob, de ziel van het onvolprezen programma Imagine. ‘Who dares wins’, heette de documentaire. Hadid’s architectuur is op z’n minst opvallend — het absolute tegendeel van ‘blokken’ en ‘dozen’, zoals moderne architectuur wel eens wordt aangeduid. Alles wat je traditioneel met bouwkunst associeert: een stevig fundament, rechte hoeken, staande muren en een dak — is uit het werk van Hadid verdwenen. In de documentaire zei iemand over haar projecten: ‘It doesn’t just stand, it melts, it wooshes, it slides, it juts, it moves’. Inderdaad, zoiets. Het zijn typisch creaties die niet worden aangeduid als bouwwerken maar als ‘structuren’, hoewel dat ook al veel te statisch klinkt. ‘Processen’, moet je misschien zeggen. Hadid heeft ook speciale opvattingen over het ‘bouwblok’, in haar ogen moet dat vloeiend zijn, versmelten met de omgeving. Ze zei het over haar enorme project in Bakoe, de hoofdstad van Azerbeidzjan. Ze heeft daar een Cultureel Centrum ontworpen ter nagedachtenis aan voormalig president Heydar Aliyev — te midden van stijve Sovjet-architectuur — over een oppervlakte van ruim honderdduizend vierkante meter. De vlakte waarop het staat, een plein, loopt over in het interieur en je krijgt daardoor de indruk dat het vlak van het plein door golven, buigen en plooien een ‘bouwwerk’ gebaard heeft (met excuses voor de kromme beeldspraak). Binnen is een auditorium met duizend zitplaatsen met daaromheen diverse museumruimten.

Ze is inmiddels Dame of the British Empire, maar ze heeft lang op erkenning moeten wachten. Pas sinds een jaar of vijftien is ze doorgebroken, maar nu is er geen houden meer aan.  Ze is niet alleen gasthoogleraar aan diverse topuniversiteiten, waaronder Harvard, maar kan haar ontwerpen overal kwijt: Duitsland, Oostenrijk, Italië, China. Naast ‘gebouwen’ maakt ze ook ontwerpen voor meubels, kleding en zelfs scheepsjachten. Ze kreeg een wereldnaam met haar Aquatic Center, het zwempaleis voor de Olympische Spelen van Londen, 2012.

Zaha Hadid werd in 1950 te Baghdad geboren, uit welgestelde, vooruitstrevende ouders die haar van jongsaf aan tot zelfstandigheid hebben aangezet. Ze groeide op in een Irak dat bezig was zich te voegen in de vaart der volkeren; een geëigend middel daartoe was architectuur. Corbusier, Gropius en Frank Lloyd Wright waren de grote inspiratiebronnen en dit heeft Hadid’s leven blijbaar richting gegeven. Toen ze in 1972 naar Londen kwam, ging ze bouwkunde studeren aan het befaamde AA, de Architectural Association, waar destijds ook Rem Koolhaas en Elia Zenghelis bij betrokken waren. Na haar afstuderen kwam ze er eveneens te werken, hoewel het nog tot 1994 zou duren voordat haar eerste project daadwerkelijk werd afgeleverd: de Brandweerkazerne van meubelfabriek Vitra in Weil am Rhein. Dat kan kennelijk in de architectuur, les geven zonder enige ervaring van eigen werk dat wordt gerealiseerd. Vreemd vak.

 

Zaha Hadid, dochter van Frank Lloyd Wright?

Zaha Hadid, dochter van Frank Lloyd Wright?

Het werk dat ik het beste ken is in Wenen, langs het Donaukanaal, op een smalle strook tussen het fietspad langs het water en de hoger gelegen snelweg — vlakbij het kleurrijke krachtstation van Friedensreich Hundertwasser. Woonflats. Hier niet de typische ‘stroom’-architectuur die geïnspireerd is door Arabische kalligrafie, maar scherpe betonnen hoeken en flarden en gedeelten van de ‘structuur’ op betonnen poten, die schijnbaar schots en scheef zijn neergezet; ludiek. Steeds als ik er langs reed, was ik gefascineerd door de lef om zulke vormen neer te zetten (aannemers moeten nachtmerries van haar krijgen, dat kan niet anders), maar werd ik tegelijkertijd ook bevangen door een groot gevoel van onbehagen. Van welke kant ik het ook bekeek: het leek me een ramp om daar te moeten wonen. De locatie was superieur, vrijwel boven het brede kanaal, maar wat doe je met al die afgeknepen hoeken in je huis? Merkwaardige kleine raampjes. Onvindbare voordeuren.

Zaha Hadid heeft architectuur versmolten met schilderkunst, met name Malevich; haar scheppingen zijn picturaal en ze lijkt zich niets aan te trekken van zwaartekracht en doelmatigheid. Geweldig om te zien. Objets d’art. Maar voor zover ik weet heeft ze voornamelijk publieke ruimtes gemaakt zoals musea, stations, sportpaleizen. Ze is daarmee in de voetsporen getreden van Frank Gehry (u weet wel, die van het Guggenheim in Bilbao), net als al die andere architecten van het grote gebaar, zoals Koolhaas of Piano. Ze hebben een prima gevoel voor het snobisme bij rijke opdrachtgevers en voor bouwtechnische hoogstandjes, maar ze staan vér af van aardse overwegingen en alledaagse situaties: een simpel huis met een dak dat niet lekt, groot genoeg om in te leven, met een beetje comfort en warmte.

Flats

Donaukanaal, Wenen (Foto: Lodewijk Brunt)