Zuidas

De Zuidas staat nog in de steigers, aldus het propagandamateriaal van de Amsterdamse overheid. Momenteel werken er ruim dertigduizend mensen in het gebied tussen Amsterdam-Zuid en Buitenveldert, maar dat moeten er nog véél meer worden. Het droombeeld is de overkapping van een deel van de A10 en de rails van het openbaar vervoer, daarmee zou nog zo’n drie miljoen vierkante kilometer bouwoppervlakte gewonnen kunnen worden. Vooral voor accountants, juristen, bankiers en belendend volk. Aan het Mahlerplein, een deel  van de Zuidas draagt namen uit de muziekwereld, staan ABN-AMRO en Boekel de Nerée recht tegenover elkaar, de kantoorklerken kunnen in gebarentaal zaken met elkaar doen.

Eind 2012 schreef ik in een reportage over het gebied dat ik het me moeilijk kon voorstellen dat er aan de vele miljoenen vierkante meters kantorenleegstand in Nederland nóg meer zou worden toegevoegd, maar ik heb me vergist. In NRC/Handelsblad (Azen op het beste stukje Zuidas, 1 en 2 februari 2014) staat inderdaad dat de kantorensector wegkwijnt, maar juist niet op de Zuidas. De vraag hoe dit komt, wordt met nadruk gesteld in de krant, maar niet beantwoord. De auteur beschrijft wat er aan de hand is. ‘Hoe exclusiever, hoe liever’, schijnt de drijfveer te zijn, ook al bedraagt de gemiddelde brutohuur zo’n 325 euro per vierkante meter. ‘Bedrijven hebben het er graag voor over en trekken stuk voor stuk die kant op. Ze noemen de bereikbaarheid, aansprekende buurbedrijven in de naastgelegen torens en natuurlijk de goede naam’. Vooralsnog zijn het vooral buitenlandse investeerders die erop afkomen, in vergelijking met Londen, Berlijn en Parijs zijn de prijzen laag, maar die kloof zal snel worden gedicht als de huidige populariteit gaat aanhouden, uit de statistieken blijkt dat de waarde van de verkochte kantoren sinds 2010 scherp stijgt.

Ik was destijds op zoek naar de stedenbouwkundige waarde van deze plek. In het nabijgelegen Plan Zuid van Berlage zijn de straten aangelegd op grond van typisch Amsterdamse afmetingen – Berlage groeide op aan de Herengracht. Ook Sjoerd Soeters, de meest ‘stedelijke’ van alle toparchitecten in Nederland, probeerde iets van de Amsterdamse binnenstad te reproduceren in de opzet van zijn Java-eiland door het graven van grachten. In de Zuidas is niets van dat alles te vinden — als je er doorheen loopt zou je je net zo goed in Dusseldorf, Frankfort, Lyon of Manchester kunnen wanen, de architectuur van de kantoorkolossen is onbestemd ‘internationaal’, maar veel minder spectaculair dan op de locaties waar de Amsterdamse autoriteiten zich graag aan spiegelen, de Docklands of het Potsdamer Platz. Eerder kneuteriger, kleinschaliger.

Gershwinplein

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als willekeurige voetganger ben je snel uitgekeken op de Zuidas, na dertig kantooringangen heb je het wel gezien als je tenminste niet wilt weten of een uitsmijter bij de ene lunchgelegenheid beter is dan bij de andere. Ook voor rustig winkelen ben je hier aan het verkeerde adres en over sightseeing valt helemaal niet te praten, tenzij je vanaf het Gershwinplein de treurige zelfmoordflats aan de rand van Buitenveldert zou willen bestuderen; maar dan nog: op de zitbanken zit je daar met je rug naartoe. De Zuidas is een monocultuur, ’s avonds en in het weekend uitgestorven.

Berlage op Kramerbrug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar de stad via de Parnassusweg. Je komt over het Zuider Amstel Kanaal. Een brug van Kramer met één van de aardigste beeldhouwwerken van Hildo Krop: een groep van drie kunstenaars in een kringetje — de schilder Roland Holst met palet en penseel, de beeldhouwer Mendes da Costa met hamer en beitel en… de grote Hendrik Berlage zélf, met een driehoek in zijn hand. Je hebt de Zuidas achter je gelaten en de drie mannen symboliseren dat precies. De functionele eenzijdigheid wordt ingewisseld voor een omvattend Gesamtkunstwerk.

 

By |2017-01-20T17:05:42+00:00zondag 2 februari 2014|Categories: Blog|Tags: , , , , , |Reacties uitgeschakeld voor Zuidas