Is ‘zwart’ aan de beurt? De afgelopen weken is ‘allochtoon’ in de verdomhoek gezet, met steun van de overheid nog wel. Allerlei geleerden en andere deskundigen hebben ons wijsgemaakt dat het woord niet deugt en dat we het niet meer in de mond mogen nemen. De taalpolitie zal strikt toezicht houden. Vorige week las ik een bijdrage van Carlo Strijk in de krant (NRC Handelsblad 24 november 2016) waarin het gebruik van het woord zwart in een kwaad daglicht wordt gezet. Alles wat zwart is, heeft een negatieve connotatie in de taal die wij gebruiken zonder er erg in te hebben. Deze negatieve lading krijgen ‘donkere mensen’ over zich heen als we ze ‘zwart’ noemen. Met andere woorden: racisme wortelt in onze taal, zoals boven het betoog van Strijk staat afgedrukt. De schrijver noemt wat voorbeeldjes om zijn argumenten kracht bij te zetten: iemand zwartmaken, zwartkijker, zwarte dag, zwarte bladzijde.

Strijk had nog meer voorbeelden kunnen noemen. Zwarte magie, bij voorbeeld, zwart schaap, zwart zaad, zwarte kat, zwarte kool. Het wemelt ervan, maar de vraag is of zwart alléén maar negatieve gevoelens uitdrukt. Zwarte parels? Zwarte zee? Zwart goud? Zwartboek? Zwart Woud? Zwartbont? En bovendien, hebben andere kleuren geen negatieve (bij-)betekenissen? Ik kan me uit mijn jeugd herinneren dat migranten uit Indonesië in Den Haag werden uitgescholden voor ‘blauwen’—het zanggroepje The Blue Diamonds was hierop een reactie. Als jongetje vroeg ik me af of ik kleurenblind was: ik kon aan zulk volk nooit iets blauws ontdekken. Met blauw kon je trouwens veel meer negatieve gevoelens uitdrukken: een blauwtje lopen, blauwe maandag, je blauw betalen. Je hebt daarnaast natuurlijk ook geel van nijd, groen van jaloezie, rood van woede. Het kleurenpalet is uitstekend in de Nederlandse taal vertegenwoordigd, en niet alleen in die taal. Is dat racistisch?

Als het exclusief gaat over negatieve oordelen over mensen met een bepaald huidskleur, dan zou je verwachten dat je bij de tegenovergestelde kleur louter positieve gevoelens vond. Wit is prachtig! Is dat zo? Strijk laat zich daarover niet uit, wel zo gemakkelijk. In verband met kleuren en hun betekenis blader ik graag door Moby-Dick, het meesterwerk van Herman Melville over de jacht op de witte potvis. Op deze plaats is dat boek al vaker ter sprake gekomen. Witheid verhoogt de schoonheid, schrijft Melville, denk aan marmer en parels. De witte olifant is het symbool van menig vorstenhuis in Azië. Witheid is geassocieerd met vrolijkheid, maar ook met onschuld, zoals de bruidsjurk of de dagen van de ouderdom. Ook in tal van kerken heeft wit een speciale betekenis. Tot zover een volmondige bevestiging van Strijk’s standpunt.

Maar…als wit voorkomt in combinatie met afschrikwekkende objecten of verschijnselen leidt dat, in Melville’s woorden to heighten that terror to the furthest bounds. Denk aan de witte kappen die de Ku Kux Klan draagt, gruwelijke bangmakerij en symbolisch voor afgrijselijke gewelddadigheid. Melville noemt de ijsbeer en de witte haai als voorbeelden van het soort afschrikking waarbij vergeleken de tijger een spinnende poes is. De verschrikkelijke sneeuwman, witte mist met angstwekkende geestverschijningen en spoken (in het Nederlands ook wel bekend als witte wijven)—manifestaties van een ijskoude, meedogenloze witte terreur. In alledaagse Nederlandse uitdrukkingen komt wit er bepaald niet beter af dan zwart: witte dood, wit om de neus, witwassen, wittebroodskind, zie ik zo wit? Racisme?

Donkergekleurde mensen ‘zwarten’ noemen, zorgt ervoor dat velen er een negatief gevoel bij krijgen, zegt Strijk. Hij denkt het te weten, de schrijver afficheert zichzelf als de eerste gekleurde tv-presentator in Nederland met een eigen show. Maar hoe zit dat eigenlijk met die aanduiding ‘zwarten’? Ik kan me een tijd herinneren dat het in bepaalde kringen not done was om het soort mensen waarover Strijk spreekt ‘zwart’ te noemen, dat klonk te hard, onbeschaafd. Er werden eufemismen gebruikt als ‘gekleurd’, ‘kleurling’, ‘Creool’, ‘donker’ of gewoon ‘neger’. Ook in officiële literatuur over racisme, discriminatie, achterstelling van bepaalde bevolkingsgroepen, werden ‘zwarten’ aangeduid als neger, in het Engels Negro, inderdaad, met een hoofdletter.

Daar kwam in de roerige jaren zestig plotseling een eind aan met de opkomst van de Black Consciousness Movement in de Verenigde Staten, een beweging die werd gedragen door mensen die zich Afro-Amerikanen noemden. Negro werd beschouwd als een slavenwoord, dat mocht niet meer. Afschaffen, hoofdletter of niet! Lichamelijke kenmerken van het ‘zwarte ras’, zoals donkere kleur en kroeshaar, waren niet afschrikwekkend, maar juist prachtig: Black is Beautiful. Wie zijn haar liet ontkroezen en zijn huid liet bleken, deugde niet: kom er voor uit wie en wat je bent. Proud to be Black. Vanaf die tijd werd ‘zwart’ de politiek correcte benaming, een geuzennaam. Black Power! Angela Davis, met haar enorme bos kroeshaar, werd een wereldicoon.

 

 

Inmiddels is ‘zwart’ allang niet meer beperkt tot Afro-Amerikanen; vertegenwoordigers van allerlei etnische groepen noemen zich ‘zwart’, niet alleen in de Verenigde Staten, ook in het Verenigd Koninkrijk en zelfs Europa. Aziaten, Noord-Afrikanen, Turken, Zuid-Italianen, allemaal ‘zwart’, ook al kun je met de beste wil van de wereld geen streepje zwart of gekruld haartje ontdekken. Zwart heeft zich ontwikkeld tot een symbool dat met kleur als zodanig niets meer te maken heeft. Zwart staat voor de dringende behoefte aan een bijzondere status in een omgeving die alle privileges zou monopoliseren voor een ‘witte elite’.

We hebben een ‘taalpolitie’ nodig, beweert Carlo Strijk. De taak van die instantie zal zijn om taallessen en taalboekjes na te vlooien op het woord zwart. Politici, journalisten, taalpuristen, leraren en faculteiten Nederlands: pak deze handschoen alsjeblieft op. Ga eens goed in dialoog over ons taalgebruik, het gebruik van het woord ‘zwart’. Tja, zo gaat het met sociale bewegingen. De politie wordt erbij gehaald om de geschiedenis met harde hand in de gewenste richting te drijven.

 

illustraties:
Black Power; bron: marnielangeroodiblog.wordpress
Angela Davis; bron: huffingtonpost.com